My Secrets

In haar pijn

In haar droeg ze een meisje, groot in haar klein zijn. Zoveel onvermogen, angst gekwetst te worden, nog meer angst de angst uit te spreken. Dus liet ze zichzelf wel zien maar nooit helemaal, sprak ze zich uit maar nooit volledig. Haar pijn liet ze dragen door de andere stukjes, die gewend waren aan de pijn, die haar vertelden ‘geef ons jouw pijn, blijf jij maar dromen’. En dus droomde ze, haalden haar dromen de realiteit in, zag ze deze voorbij gaan zonder dat ze eraan deel durfde te nemen. Droomde zij over een verre toekomst terwijl werkelijkheid onzichtbare wonden toebracht, die zij niet voelde want in haar droomwereld was geen pijn.
Soms heel eventjes stapte ze in de werkelijkheid, en dan trok ze zich heel vlug weer terug, ze was niet meegegroeid met het leren omgaan met leven zelf. Ze liet het deelnemen over aan de andere stukjes, de stukjes sterke en zelfbewuste vrouw, de stukjes vrouw die wel iets van zichzelf wilden en durfden te laten zien. Die zich openstelden, anderen toelieten.

Waar ze aan voorbij ging was dat ze ongemerkt wel deelnam, ongemerkt nam ze stukjes pijn uit de realiteit mee, ongemerkt droeg ze pijn maar ze wist deze niet te herkennen. Ze wist niet wat ermee te doen, ze wist niet hoe te laten merken dat die pijn er was. Ze kon niet de stap zetten en haar pijn uitspreken, zelfs niet naar die ene bijzondere persoon. Die haar wel zag, die haar wel mocht zien, waar alles omgekeerd leek te gaan. Waar zij zich liet zien en de andere stukjes minder van zichzelf lieten zien, behalve wanneer er pijn was, in haar pijn had ze zich maar een enkele keer laten zien. En dat kon ze aan omdat de pijn niet aan hem gekoppeld was. Ze voelde zich veilig en geborgen, ze droomde hem mee in haar toekomst, ze dichtte hem een plekje toe en ging meer en meer van hem houden, maar nog steeds liet ze zich niet helemaal zien. Realiteit speelde wrede spelletjes, ze was niet in staat erin mee te gaan, ze begreep niets van wat zich daar afspeelde. Ze liet het over aan de andere stukjes, die hun eigen pijn hadden en daar waar het meisje zich durfde te laten zien aan hem waren zij nog niet zover. Toen ze wel zover waren was tijd alweer zoveel sneller voorbij geraasd, had het meisje zich weer diep teruggetrokken in haar droomwereldje. Ze had gezien wat er in realiteit was gebeurd, ze had het gezien, de deuren hadden opengestaan, ze had hem gezien, naar hem gekeken. Hij had haar gezien, geweten dat deuren openstonden en nimmer kwamen ze dichter bij elkaar. De pijn dreef haar terug haar wereldje in, dit keer wist de pijn haar wel te bereiken, ze ging bijna ten onder aan de pijn en ze had de andere stukjes nodig om verder te gaan met leven in de echte wereld, terwijl zij zich bleef verstoppen in haar eigen wereld die alleen nog maar gevuld was met pijn.
Die pijn kon ze niet delen met hem, ze kon hem niet vertellen hoe gekwetst ze zich voelde. Ze kon hem niet vertellen dat ze niet begreep waarom hij in de deur opening gestaan had maar niet over de drempel stapte, ze kon hem niet uitleggen waarom zij op de drempel gestaan had, hem kon zien, bijna aanraken zelfs, maar ze was blijven staan en had zich omgekeerd. Ze had de deur zachtjes achter zich dicht gedaan, er hoefde geen slot op, haar pijn was het slot.

De pijn kon ze niet loslaten, ze had hem ergens weggestopt en soms kwam hij terug waarop ze hem bekeek, zag dat de scherpe hoekjes aan het vervagen waren. Ze zag dat de donkere kleuren van de pijn zachter geworden waren, alsof de pijn milder gestemd was maar nog steeds wist hij haar te raken. Ze stopte de pijn opnieuw weg, loslaten kon ze niet. Echt begrijpen deed ze dat ook niet, maar ze liet het maar zo. Ze leerde ermee omgaan dat er momenten waren dat de pijn terug kwam, ze wist niet hoe dat te veranderen. Soms dacht ze dat het misschien kwam omdat ze bang was de pijn los te laten, want zou dat betekenen dat ze hem ook zou loslaten? En dan? Ze had hem nog nooit echt helemaal losgelaten. Ze had zichzelf wijsgemaakt dat ze hem had losgelaten, ze had de andere stukjes in zichzelf verteld dat ze hem had losgelaten, ze had hem laten weten dat ze hem had losgelaten. Ze had afscheid van de pijn genomen alsof ze afscheid van hem had genomen, ze had gerouwd alsof hij totaal uit haar leven verdwenen was. Maar ze kon zich nooit volledig los maken van hem. Toen de grootste pijn vervaagd was kwamen de mooie en goede dingen weer terug, wist ze dat het goed was dat ze hem nooit volledig had losgelaten. Het waren de andere stukjes in haar die haar overtuigd hadden dat het niet nodig was om hem uit haar leven te laten verdwijnen. Ze zouden zichzelf verloochenen wanneer ze zichzelf zouden wijsmaken dat dát de oplossing was. Ze wisten allemaal dat eenmaal in hun harten er altijd een verbintenis was, met en zonder pijn. En dus zochten ze allemaal hun weg erin en allemaal hadden ze de pijn los kunnen laten, behalve het kleine meisje. Zij kon het nog steeds niet en daar waar ze het meestal van hem weg kon houden, kon ze het nu niet. Begon ze zich ervan bewust te worden dat het niet verstoppen voor de pijn, het uitspreken van de pijn, misschien zelfs wel het uiten van de pijn, nodig was om deze echt los te kunnen laten. En dus begon ze voorzichtig de eerste stapjes te zetten…

MisTique
4 juni 2007

 


2007


2007-2008


Site Menu